Die lijst van zes is ontstaan omdat die zo werd opgenomen in wetgeving. Ze is geen volledige opsomming van alle gevaarlijke vezelvormige mineralen.
Wanneer men over asbest spreekt, verwijst men bijna automatisch naar zes bekende soorten. Dat zijn serpentijn (chrysotiel) en vijf amfibolen (amosiet, crocidoliet, actinoliet, tremoliet, anthofylliet).
Die zes zijn vooral bekend omdat ze op grote schaal gebruikt werden in de asbestindustrie: ze werden ontgonnen, verhandeld en bewust verwerkt in bouwmaterialen, isolatieproducten en technische toepassingen. Dat onderscheid is cruciaal om te begrijpen waarom wetenschappers al jaren waarschuwen voor zogenaamde asbestiforme mineralen buiten die klassieke lijst.
Wat maakt asbest gevaarlijk?
Asbest is gevaarlijk omwille van de vorm van de vezels, niet omwille van de naam van het mineraal.
Asbestvezels zijn extreem dun, lang en splijtbaar. Die typische vezelvorm noemt men asbestiform. En precies dààr zit de kern van het probleem: die asbestiforme vorm komt ook voor bij andere mineralen dan de zes meest gekende soorten.
Wanneer deze biopersistente vezels worden ingeademd, dringen ze diep door in de longen. Het lichaam kan ze nauwelijks afbreken of verwijderen. Daardoor blijven ze jarenlang aanwezig, veroorzaken ze chronische ontstekingen en verhogen ze het risico op ernstige aandoeningen zoals diverse kankers en mesothelioom.
In tegenstelling tot wat vele mensen denken, is het inademen van vezels niet het enige gevaar van deze vezels. Ze kunnen ook in het lichaam terechtkomen door ze in te slikken, wat kan leiden tot allerlei soorten kankers, gaande van keelkanker tot endeldarmkanker en alles zich daartussen bevindt.
Wat zijn asbestiforme mineralen?
“Asbestiform” is geen aparte mineraalsoort, maar een groeivorm. Het betekent dat een mineraal zich in de natuur ontwikkelt als bundels van zeer fijne vezels die zich gemakkelijk opsplitsen in steeds dunnere vezeltjes. Dat gedrag is identiek aan dat van klassieke asbest.
Vele tientallen, mogelijk meer dan honderd mineralen kunnen die asbestiforme vorm aannemen. Enkele concrete en wetenschappelijk erkende voorbeelden zijn:
Winchiet
Richteriet
Niet-commercieel tremoliet
Niet-commercieel actinoliet
Fluoro-edeniet
Erioniet (een zeoliet, dus géén amfibool)
Deze mineralen werden niet allemaal gebruikt als handelsasbest, maar hun vezels kunnen zich biologisch gedragen zoals asbestvezels. Volgens Sean Fitzgerald, een wetenschapper die gespecialiseerd is in deze materie, is dat onderscheid essentieel, omdat het menselijk lichaam geen verschil maakt tussen gereguleerd asbest en niet-gereguleerd asbestiform materiaal.
Waarom zijn deze mineralen zo moeilijk als “asbest” te benoemen?
De moeilijkheid zit in de manier waarop mineralen benoemd en gereguleerd worden. Mineralogie vertrekt van chemische samenstelling en kristalstructuur, terwijl het gevaar voor de gezondheid vooral samenhangt met de vezelvorm. Die vezelvorm zit meestal niet vervat in de naam van het mineraal.
Een mineraal zoals tremoliet kan bijvoorbeeld massief en compact voorkomen, maar ook in een asbestiforme vorm. In beide gevallen blijft de naam “tremoliet”, terwijl het gezondheidsrisico totaal verschillend is.
Wetgeving heeft die nuance vaak niet gevolgd. Daardoor worden asbestiforme mineralen die niet tot de “klassieke zes” behoren, in praktijk geregeld niet als asbest herkend of gerapporteerd, ook al kunnen ze wel degelijk een risico vormen.
Waar komen asbestiforme mineralen in de natuur voor?
Asbestiforme mineralen komen van nature voor in bepaalde gesteenten, vooral in ultramafische en metamorfe formaties. Ze worden aangetroffen in serpentiniten, vulkanische afzettingen en bepaalde berggebieden.
Omdat deze gesteenten op veel plaatsen voorkomen, zijn asbestiforme mineralen wijd verspreid en niet beperkt tot klassieke asbestmijnen.
In welke producten zijn asbestiforme vezels aangetroffen (niet-limitatieve lijst)?
Vermiculiet-isolatie
Vermiculiet is op zich geen asbest, maar sommige vermiculietafzettingen bevatten asbestiforme amfibolen zoals winchiet en richteriet. Dit materiaal werd veel gebruikt als losse isolatie op zolders en in spouwmuren.
Wanneer zulke isolatie wordt verstoord bij renovatie of opruimwerken, kunnen gevaarlijke vezels vrijkomen. In de Verenigde Staten leidde dit type blootstelling tot aantoonbare gezondheidsproblemen bij bewoners en arbeiders.
Wegenbouw en steenslag
Natuursteen die wordt gebruikt als steenslag in wegen en funderingen kan asbestiforme tremoliet- of actinolietvezels bevatten. Door slijtage, verkeer en wegenwerken kunnen deze vezels vrijkomen in stof. Vooral arbeiders en omwonenden kunnen zo chronisch worden blootgesteld.
Beton en cementproducten
Zand en grind die gebruikt worden als toeslagmateriaal in beton kunnen asbestiforme mineralen bevatten. In intact beton zijn de vezels meestal ingesloten, maar bij boren, slijpen of breken kunnen ze alsnog vrijkomen en ingeademd worden.
Dakgranulaten en roofing
Fijn steengranulaat op daken kan asbestiforme amfibolen bevatten. Door verwering of bij afbraakwerken ontstaat stof dat vezels kan vrijgeven, vooral bij oudere dakbedekkingen.
Natuursteen en siersteen
Bepaalde serpentiniten en verwante gesteenten bevatten asbestiforme structuren. Bij het zagen, polijsten of hergebruiken van deze natuursteen kunnen vezels vrijkomen. Dit is vooral relevant voor steenhouwers en renovatiewerken.
Vulkaansteen en lokale bouwmaterialen
In specifieke regio’s, zoals delen van Zuid-Italië, werd fluoro-edeniet aangetroffen in lokaal gewonnen bouwsteen. Deze steen werd gebruikt in huizenbouw, wat leidde tot verhoogde mesothelioomcijfers bij bewoners.
Bodem en ophoogmateriaal
Asbestiforme mineralen kunnen ook voorkomen in natuurlijke bodems en ophoogmaterialen. Bij droge omstandigheden, tuinwerken of spelende kinderen kan stof ontstaan dat ingeademd wordt.
Waarom vormen deze vezels een gezondheidsgevaar?
Asbestiforme vezels zijn dun genoeg om diep in de longen door te dringen en sterk genoeg om daar jarenlang aanwezig te blijven. Ze veroorzaken langdurige ontstekingsreacties en kunnen het DNA van cellen beschadigen.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat dit mechanisme niet afhankelijk is van de commerciële of juridische classificatie van het mineraal, maar van de vezelvorm, afmetingen en biopersistentie.
De kernboodschap
De zes bekende asbestsoorten zijn vooral bekend omdat ze door de wetgever benoemd werden. Dat betekent niet dat alleen die zes gevaarlijk zijn.
Asbestiforme vezels komen ook voor bij andere mineralen, ze zitten in natuurlijke materialen en zijn soms bedoeld en vaak onbedoeld in producten terechtgekomen. Hun gezondheidsrisico is reëel, ook al vallen ze buiten de klassieke definitie van asbest.
In één zin samengevat
Bovenop de zes algemeen gekende asbestsoorten, zijn er vele tientallen tot mogelijk honderden mineralen met asbestiforme vezels waarvan de risico’s en de kankerverwekkende eigenschappen wetenschappelijk goed onderbouwd zijn.
🧾 Asbestattest nodig in Halle, Dilbeek of omgeving?
Asbestspotter is een erkend en gecertificeerd asbestdeskundige, gespecialiseerd in het opmaken van wettelijk verplichte asbestattesten.
Wij zijn actief in Halle, Dilbeek, Sint-Pieters-Leeuw, Beersel, Lennik en de ruime regio.
Wij zijn actief in Halle, Dilbeek, Sint-Pieters-Leeuw, Beersel, Lennik en de ruime regio.
📞 Contacteer ons voor een snelle, correcte en betaalbare asbestinventaris.
Wees voorzichtig met asbest. Voorkomen is beter dan (niet meer) genezen.